13. Peppels, canadassen en klompen
Een paar maanden voordat ik dit artikel schreef, hebben we Zuid-Limburg verlaten. Wij wonen nu in het Brabantse Liempde, een mooi dorp bij Boxtel in een fraaie omgeving met veel groen en veel natuur. Natuurlijk er zijn geen heuvels, weinig orchideeën, geen zonneroosjes, geen kalkhellingen en er zijn nog een heleboel dingen niet die ik vast wel een keer zal missen, maar er zijn ook heel veel dingen wél die je Zuid-Limburg zelden of nooit ziet.
Eén van de meest opvallende dingen rond het dorp, vind ik de grote aantallen populieren. Ze staan in de bossen en in lange rijen langs de wegen en ze zijn aangeplant voor de productie van hout. En over populieren gaat dit artikel.
Liempde en de populieren De populieren in Liempde en omgeving zijn aangeplant voor de houtproductie. Waarschijnlijk is de populier na de naaldbomen (den, spar, lariks) in Nederland de belangrijkste boom voor de houtproductie. In Brabant staan heel veel naaldbossen, maar in Liempde kom je die weinig tegen en de reden is heel eenvoudig: de omgeving is te nat voor naaldbomen. Liempde is net zo zanderig als de rest van Brabant, maar het ligt in het dal van de Dommel en de grond bevat veel leem. Het gevolg is dat er veel water is en dat dat water niet gemakkelijk kan wegzakken. Op deze gronden doen de populier en de wilg het uitstekend.
Voordat iemand bomen aanplant voor de houtproductie, moet hij eerst weten wat hij met het hout gaat doen. Voor de naaldboom was dat heel vroeger de mast van zeilschepen: het Mastbos bij Breda is in de 16e eeuw daarvoor aangeplant. Het was het eerste aangeplante bos in Nederland en in Brabant noemt men een den nog steeds een mastboom. Het huidige naaldbos is vooral geplant voor stutten in de mijnen en later voor het maken van spaanplaat. Al deze toepassingen van naaldhout zijn verouderd of leveren nauwelijks nog geld op en met de populier is het niet veel beter. Populieren zijn geplant voor het maken van klompen maar van de klompenindustrie is niet veel meer over.
Rijen populieren langs wegen en op erfscheidingen
Klompen maken
Niet alleen in Nederland werden vroeger klompen gedragen, ook in de andere landen van Europa waren ze bekend. Waarschijnlijk gaat de geschiedenis terug tot het oude Egypte waar het houten zolen waren met een leren riemen of een leren bovenstuk, een vorm die nog bestaat in Spanje en Engeland. In de middeleeuwen werden klompen door de betere standen als een soort overschoenen gedragen om de versierde leren of stoffen schoenen te beschermen. Soms hadden die “overschoenen” verhogingen onder de voet en de hak om hoger boven de modder te staan net als bij de Japanse geta die de geisha’s dragen.
Boeren en arme mensen droegen waarschijnlijk altijd ‘gewone’ klompen of ze liepen op (omwikkelde) blote voeten. De vraag is alleen hoe de gewone klompen eruit zagen of beter: wanneer heeft men de volledig houten klomp uitgevonden? Uit één blok hout een klomp maken die de voet volledig omsluit en waarmee je niet binnen vijf passen je voeten volledig kapot loopt, dat is natuurlijk vakmanschap. Vreemd genoeg is dit blijkbaar niet bekend. Er is een legende dat de heilige René, pastoor van Angers in Bretagne, in 440 de klomp heeft uitgevonden. Maar dat is een legende en dus waarschijnlijk niet waar. Wat waarschijnlijk wel waar is dat het Franse woord voor klomp 'sabot' de basis is van ons woord 'sabotage'. De leukste verklaring is dat rond 1900 boze wevers hun klomp in het weefgetouw gooiden en zo de productie saboteerden. Wat prozaïscher is dat klompenmakers de zaak saboteerden door harshoudend, inferieur hout te gebruiken voor hun dure klompen.
Duidelijk is dat klompen maken een vak is en dat er tot de tweede wereldoorlog in Nederland en speciaal in en rond Liempde veel klompenfabriekjes waren en waarschijnlijk veel thuis werkende boeren die in de winter klompen maakten. Nu staat in Liempde staat nog één klompenfabriek die in bedrijf is. Ooit moeten er meer dan tien geweest zijn. In de omliggende dorpen is de situatie niet anders. Met de hand klompen maken wordt nog vaak gedemonstreerd bij oude ambachten en dat blijkt inderdaad een ingewikkelde zaak. Vooral het uithollen van het deel voor de voet vraagt veel vakmanschap. Voor wie het nooit gezien heeft: onderaan dit artikel staat een koppeling naar een site over klompenmaken. Overigens worden in de resterende fabriekjes de klompen niet meer met de hand gemaakt, maar machinaal.
Mannelijke bloemen van de populier
Peppels of populieren
Peppels en populieren zijn dezelfde bomen, gewoon twee verschillende woorden. In Nederland zijn drie of vier populieren inheems. De zwarte populier is misschien wel de bekendste omdat die zo weinig voorkomt. De zwarte populier (Populus nigra) heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen omdat deze boom in Nederland bijna was verdwenen. Zijn natuurlijke standplaatsen liggen namelijk in de rivierdalen op plaatsen die regelmatig onder water staan. In de uiterwaarden was al lang geen plaats meer voor dit soort bomen en dus dreigde de zwarte populier te verdwijnen. Na de herinrichting van een aantal uiterwaarden zoals de Gelderse Poort bij Nijmegen komt daar ook de zwarte populier weer terug. Of deze boom ook thuis hoorde langs de Dommel is niet duidelijk. De Italiaanse populier is geen aparte soort, maar een smalle, slank groeiende variëteit van de zwarte populier die vaak als sierboom wordt gebruikt. Hij groeit een beetje zoals de cipres in het Middellandse Zee gebied, vandaar waarschijnlijk zijn naam.De witte abeel komt veel vaker voor. De witte abeel houdt ook van vochtige gronden, maar is niet zo kieskeurig als de zwarte populier. De witte abeel wordt vaak aangepland en verspreid zich dan spontaan via zaad en wortelopslag. Opvallend is dat de witte abeel onze enige populier is met een handvormig blad met een zilverig witte onderkant. Waarschijnlijk is dat de belangrijkste reden voor de aanplant.
De grauwe abeel is een kruising van de witte abeel en de esp of ratelpopulier. De grauwe abeel kan zich voorplanten en kan dan ook weer kruisen met de oudersoorten. De grauwe abeel komt vooral voor waar de esp en de witte abeel elkaar ontmoeten en dat is vaak aan de voet van de duinen. De esp is niet gebonden aan natte grond. Het is een pionier net als de boswilg en de berk maar als er andere bomen opkomen verliest de esp. De naam ratelpopulier komt van het ritselen van de blaadjes bij het kleinste zuchtje wind. De oorzaak is dat stengels van de blaadjes niet rond zijn maar afgeplat. Ze buigen dus heel gemakkelijk bij een zuchtje wind. Overigens geldt dit voor alle populieren maar de esp heeft de naam: trillen als een espenblad.
Nieuwe klompen drogen bij de klompenfabriek
En de canadassen De canadassen zijn ook populieren. Het zijn kruisingen tussen de zwarte populier en een populier uit Noord-Amerika, de Populus deltoïdes. De kruising is ontstaan rond 1700 en de boom is onvruchtbaar dus om deze in stand te houden moet er steeds opnieuw gekruist worden of men moet ze stekken. Het feit dat deze kruising het al 300 jaar volhoudt, bewijst dat de canadassen nuttige bomen zijn. De beste kruisingen, want er zijn er natuurlijk talloze mogelijk, zijn snel groeiende bomen met een rechte stam en een goede houtopbrengst. In de loop der eeuwen zijn er veel variëteiten gebruikt die dan een groter of kleiner aantal jaren werden vermeerderd uit stekken. Op dit moment is de ‘Robusta’ erg populair. Deze is in 1895 in Frankrijk is ontstaan en wordt nu over de hele wereld aangeplant.
Maar er zijn veel meer variëteiten en er is zelfs in Nederland een ‘Populetum’, een arboretum of bomentuin met alleen maar populieren! De leukste populier vind ik, is een soort met vrije gladde, lichte bast. Misschien is het witte abeel, maar het kan ook een kruising zijn. Als deze 'witte' populier een beetje op hoogte is en beneden wat takken heeft verloren omdat anders de auto's niet meer over de weg kunnen, gebeurd er iets verrassends: als de oude wonden zijn genezen vormt het lidteken een oog! Om de automobilist in de gaten te houden?
Canadassen in Liempde
Tot de komst van de canadassen was de wilg de belangrijkste boom voor het maken van klompen. Maar de canadassen waren goedkoper en ofschoon wilgenhout iets beter was volgens de deskundigen, hebben ze de wilgen praktisch volledig verdrongen uit de klompen. En dus was het nodig om rond de klompenmakerijen van Liempde en omgeving canadassen aan te planten.
Langs de wegen en in de bossen van Liempde en de omgeving staan vele honderden canadassen. Maar de klompenmakers zijn praktisch verdwenen en dat betekent dat als de huidige canadassen gekapt worden er geen nieuwe meer worden geplant. En dan duurt het niet lang meer voordat er geen canadassen meer staan in deze omgeving, want de canadassen groeien snel en na zo’n 25 jaar zijn ze al kaprijp. Is dat erg? Puur vanuit de inheemse natuur geredeneerd zou je zeggen dat het een mooie opruiming is want de canadassen horen hier niet en eigenlijk horen ze nergens. Maar zonder de canadassen is Liempde een heel ander dorp, zoals de Veluwe heel anders zou zijn zonder de dennenbomen die er ook niet horen. Bovendien zijn de bomen langs de wegen ook nog een stukje cultuurhistorie. Rond 1400 waren er praktisch geen bomen meer in deze omgeving. Toen kregen de boeren van de Hertog van Brabant het voorpootrecht. Dat hield in dat de boeren buiten hun erf bomen mochten planten langs de wegen en dergelijke, dus op gemeenschappelijke grond. In de 19e eeuw is het voorpootrecht grotendeels verdwenen, maar in een paar dorpen die een flinke klompenindustie hadden is dat niet gebeurd en daar bestaat het voorpootrecht nog steeds!
Dus nu probeert een werkgroep toch de canadassen te behouden en te ‘verversen’ als de huidige gekapt moeten worden. Maar dat betekent dat de canadassen weer economisch nuttig moeten worden, klompen dragen we niet meer: wie weet er nieuwe toepassingen?
Jan van Dingenen - 2005, aangevuld 2015
Naschrift
Een site die helemaal over het maken van klompen gaat, staat hier en heet natuurlijk klompenmaken.nl.
