Over cultuurplanten

72. Natuurlijke verfstoffen - Deel 5 Wit

Wol, linnen en katoen werden vroeger nooit echt geverfd om ze wit te krijgen en tegenwoordig waarschijnlijk ook alleen als men iets bijzonders wil met het wit. Wol, linnen en katoen zijn van zichzelf min of meer wit, behalve de wol van een zwart schaap natuurlijk. Maar dat wil niet zeggen dat weefsels van die natuurlijke garens er ook spontaan stralend wit uit zien. De garens waren natuurlijk verontreinigd en voordat het een weefsels werd moesten ze letterlijk door heel veel handen. Kortom, de wever leverde een doek dat er groezelig uit zag. En de klant wilde wit, zeker bij linnen was dat een belangrijke kleur.

Van vlas tot linnen 72.vlas (68K) De mooie bloemen van vlas

De vezels voor linnen komen uit vlas, vroeger een belangrijk gewas in Vlaanderen maar ook in Nederland. Vlas (Linum usitatissimum) is een inheemse plant in Nederland, maar waarschijnlijk hebben de eerste boeren de cultuurvorm meegebracht op hun lange reis vanuit het Midden Oosten hierheen. Ook toen was vlas al belangrijk zowel voor kleding, als voor touw en voor de olie uit de zaden. De vezels van vlas zitten in de stengel, maar helaas voor de vroegere boeren, moest de vlas voor de vezels al geoogst voordat de zaden rijp waren. Vlas voor lijnolie werd dan ook apart verbouwd en was in praktijk korter dan de lange vlas van ongeveer een meter hoog, die voor de vezel werd gebruikt.

De vlas voor de vezels werd uit de grond getrokken en soms eerst gerepeld en daarna in het water geroot en soms in omgekeerde volgorde. Bij het repelen wordt het zaad verwijderd, bij het roten laat men de stengels in het water of op een natte plaats rotten om de vezels min of meer vrij de maken. Dan volgen een groot aantal bewerkingen om alle stukjes stengel te verwijderen en alleen de vezel over te houden. De stengels worden hiervoor gebroken en in een aantal stappen worden de stengelresten uitgekamd totdat een min of meer schone vezel overblijft. Afhankelijk van het doel van het garen (touw, grove textiel of fijn doek) wordt dit schonen verder doorgezet. Er wordt ook gelet op de lengte van de vezel want in principe kan uit de langste vezels het fijnste garen worden gemaakt en dus ook het fijnste linnen. Kortere vezels kunnen voor touw worden gebruikt of ze worden samen gesponnen tot een garen, net als bij katoen die alleen maar korte vezels heeft.

En dan kon er begonnen worden met spinnen en weven. Bij het spinnen wordt het garen voortdurend met de hand bewerkt. Schoner wordt het garen daar natuurlijk ook niet van en vooral niet omdat het garen ook nog wordt gesterkt d.w.z. behandeld met een stijfsel oplossing om het hanteerbaarder te maken.

De lange weg naar stralend wit

Als het linnenweefsel klaar is, kan het gebleekt worden of geverfd natuurlijk. Bleken was in het verleden specialisten werk, net als verven. Maar anders dan bij verven, waren de blekerijen geconcentreerd in een beperkt aantal plaatsen. In Nederland lagen de belangrijkste blekerijen in de omgeving van Haarlem. Ook de omgeving van Goch, nu net over de grens in Duitsland, had grote blekerijen. In allerlei plaatsen hebben ooit blekerijen gelegen, meestal in een gebied met veel linnen wevers zoals bij Eindhoven en in Twente. Maar de beste blekerijen lagen toch bij Haarlem; waardoor dat kwam en waaruit dat bleek heb ik niet gevonden. Misschien speelde het grote aantal zon uren aan de kust een rol.

Wat deed de bleker? Op de eerste plaats wassen met veel water en zeep. Er was dus veel schoon water nodig. Achter de duinen zal dat geen probleem zijn geweest. Zeep was op zich ook geen probleem, die kon gemaakt worden olie of vet met loog te verzepen. Dat deed men door vet en water, met flink wat loog erin, een aantal uren tegen de kook aan houden. Het probleem was de loog. Daarvoor werd potas gebruikt en potas werd gemaakt door hout te verbranden en de as uit te spoelen met water. De potas lost dan op in het water en door het water te verdampen kreeg men een wit poeder dat potas werd genoemd

Na een of meer wasbeurten begon het echte bleken. Het linnen werd geweekt in een warme oplossing van potas, dus zonder zeep. Deze stap was de belangrijkste in het proces en de meest gevoelige. Te veel of te weinig potas en een te hoge of te lage temperatuur konden het linnen beschadigen. Omdat gewerkt werd met een half-natuurlijk product, de potas, was het nooit zeker dat de potas van vandaag precies hetzelfde was als die gisteren. Het logen was dus een 'kunst' die vakmanschap vereiste. Bij het logen werd al een deel van de verontreinigingen afgebroken of oplosbaar gemaakt. 72.Blekerij ruisdael - wiki (174K) "Gezicht op Haarlem" van Jacob van Ruisdael met vooraan een blekerij (Rijksmuseum)

Na het logen werd het linnen op de bleek gelegd. Dit was een grasveld doorsneden met sloten. Het linnen werd vastgezet met paaltjes en moest voortdurend nat worden gehouden. De zon moest nu het werk doen d.w.z. verontreinigingen in het linnen afbreken en dat ging het best als het linnen nat was en loog bevatte. Maar er moest wel zon zijn, dus bleken gebeurde alleen in de zomer! De zon moest het werk doen, maar er waren wel mensen nodig om het linnen voortdurend vochtig te houden. Ze schepten water uit de sloten met een soort pollepel met smalle schep van een meter lang en goten dit over de doeken. Na een aantal dagen bleken werd het linnen opnieuw geloogd en weer op de bleek gelegd, enzovoort.

Na het bleken volgde het 'melken'. Het linnen werd in een groot vat met karnemelk gelegd. Het belangrijkste doel was de loog uit de potas te neutraliseren met het zuur uit de karnemelk. Eventueel kon alles dan nog eens herhaald worden. Dit hele proces duurde 6 tot 7 weken!

Potas

Potas heet zo omdat het in een goed gesloten pot bewaard moest worden omdat het vocht aantrekt. Voor de chemisch geïnteresseerden: potas is hoofdzakelijk kaliumcarbonaat. Het Nederlandse woord potas is in zoveel talen overgenomen, dat het waarschijnlijk lijkt dat het om een Nederlandse vinding gaat, maar dat is blijkbaar niet bekend. De eerste vermelding is uit 1447.

72.Potas FirstUSpatent - wiki (112K) Het eerste US patent is getekend door president Washington en gaat over potas (Wikipedia)

Potas was een duur product omdat er veel en bij voorkeur hard hout (eik, beuk) voor verbrand moest worden. Bovendien werd het niet alleen gebruikt voor zeep maar ook voor de productie van glas en buskruit en niet op de laatste plaats voor het bleken van textiel. Tegenwoordig wordt er geen hout meer verbrand om kalium zouten te winnen. De kali mijnen leveren nu veel goedkoper grondstoffen om dit soort producten te maken. Maar bij de 'ontginning' van Noord Amerika in de 18e en de 19e eeuw, is een groot deel van de gekapte bossen omgezet in potas voor export naar Europa. Dat het allereerste patent in de onafhankelijk geworden Verenigde Staten over een verbeterde bereiding van potas ging, was dus niet helemaal toeval. Wat men toen niet in de gaten had, was dat men met de potas een belangrijke kunstmest exporteerde: er zit (relatief) veel kalium in een boom omdat planten kalium nodig hebben en als je een plant verbrand en de as niet weer in de grond werkt, verarm je die grond.

Witmakers 72.blauwsel ricketts (36K)

Witmakers lijken een uitvinding van de reclame in de 20e eeuw en voor het woord geldt dat waarschijnlijk ook, maar niet voor de praktijk! Al vóór 1700 werd in de laatste fase van het bleekproces een witmaker toegevoegd: blauwsel. Blauwsel werd toen gemaakt door smalt, een kobalt houdend erts, te malen en toe te voegen aan het laatste waswater. Smalt worden gevonden in Duitsland en bevat blauw, glasachtige materiaal. Het werd gebruikt als pigment in verf en keramiek en dus als witmaker voor linnen.

Blauw kan een witmaker zijn omdat het eigenlijk onze ogen bedriegt. Wit linnen met een gele zweem lijkt witter als je er een heel klein beetje blauw aan toevoegt! Ik denk dat het oude blauwsel op basis van smalt niet lang werkte want het glasachtige materiaal zal er waarschijnlijk snel uitgewassen zijn. Begin 19e eeuw ontdekte men een synthetisch blauw, het ultramarijn, dat goedkoper en niet giftig was en dat tot ver in de vorige eeuw door de huisvrouw in het laatste spoelwater van de was werd gedaan: het zakje blauwsel. Tegenwoordig zit het blauwsel in kant en klare wasmiddelen en waarschijnlijk is het nog steeds ultramarijn

Jan van Dingenen - 2015

De hele serie over natuurlijke verfstoffen staat hier:

6. Natuurlijke verfstoffen - Deel 1 Blauw

7. Natuurlijke verfstoffen - Deel 2 Rood

8. Natuurlijke verfstoffen - Deel 3 Geel

71. Natuurlijke verfstoffen - Deel 4 Zwart

72. Natuurlijke verfstoffen - Deel 5 Wit